de pegel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['pexəl]
Verbuigingen:  pegels (meerv.)

1) langgerekte kegel van ijs
Voorbeeld:  `De pegels aan de dakgoot waren zo groot en dik dat je er wel iemand mee dood kon steken.`
Synoniem:  ijspegel

2) geldstuk van een specifieke waarde informeel
Voorbeeld:  `Bosje rozen, vijf pegeltjes mevrouw!`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gulden ijskegel

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 een schaal of peilstok, om de hoogte en diepte van het water te meten; een merk of knopje boven in eene kan of andere vocht-maat, om aan te wijz...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), merk (van vochtmaten), ijk. ~EN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik pegelde, heb gepegeld), merken, ijken; [figuurlij...
  3. neerwaarts hangende kegel, gevormd door een bevroren of gestolde stof, zoals ijs, kaarsvet, snot enz.
  4. Amsterdams woord voor gulden
  5. 1) Afhangend stuk ijs 2) Afhangend stukje ijs 3) Bevroren afdruipend water 4) Bevroren ijsdruppels 5) Bevroren water 6) Bevroren waterstaaf 7) Gulden 8) Hard schot 9) Har...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pegel:
pegeldepegeldenpegelt

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pegel (ijskegel; gulden)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 84% van de Vlamingen het woord `pegel`.