de patjakker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['pɑtjɑkər]
Verbuigingen:  patjakker|s (meerv.)

ordinaire bedrieger
Voorbeeld:  `Volgens hem zijn politici patjakkers en zakkenvullers.`
Synoniemen:  hufter, schurk

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  • 1) Badjakker 2) Deugniet 3) Haveloze kerel 4) Liederlijk mens 5) Schurk 6) Schurk (barg.) 7) Smeerlap
  • gemene kerel Jaar van herkomst: 1896 (WNT )
  • Spreekwoorden: (1914) Patjakker. Dit is een plat scheldwoord, dat in verbinding met leelijke of vuile gebruikt wordt in den zin van schurk, liederlijke vent, smeerlap, sl...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    patjakker (schelm, schurk)