passen voor

werkw.
Uitspraak:  [pɑsə(n) vor]
Vervoegingen:  paste voor (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gepast voor (volt.deelw.)

proberen te voorkomen of vermijden
Voorbeeld:  `Ik pas ervoor om daar alleen naartoe te gaan.`

© Kernerman Dictionaries.