overstijgen

werkw.
Uitspraak:  [ovər'stɛixə(n)]
Afbreekpatroon:  over·stij·gen
Vervoegingen:  oversteeg (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft overstegen (volt.deelw.)

groter zijn dan
Voorbeeld:  `Het gaat om vraagstukken van ruimtelijke ordening die het lokale belang overstijgen.`
jezelf overstijgen  (beter presteren dan je dacht dat mogelijk was) `De leerlingen overstegen zichzelf en versloegen het docententeam met 3-1.`


1 definitie op Encyclo
  • 1) Overtreffen
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van overstijgen?
De verleden tijd van overstijgen is 'oversteeg'. Het voltooid deelwoord is 'heeft overstegen'.
Wat betekent overstijgen?
'groter zijn dan'
Hoe spel je overstijgen?
overstijgen spel je O V E R S T I J G E N

Op andere websites
Zoek overstijgen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek overstijgen op Google
Zoek overstijgen op Woordenlijst.org
Zoek overstijgen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek overstijgen op Wikipedia