overstijgen

werkw.
Uitspraak:  [ovər'stɛixə(n)]
Vervoegingen:  oversteeg (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft overstegen (volt.deelw.)

groter zijn dan
Voorbeeld:  `Het gaat om vraagstukken van ruimtelijke ordening die het lokale belang overstijgen.`
jezelf overstijgen  (beter presteren dan je dacht dat mogelijk was) `De leerlingen overstegen zichzelf en versloegen het docententeam met 3-1.`

© Kernerman Dictionaries.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `overstijgen`.