outplacen

werkw.
Afbreekpatroon:  out - 'pla - cen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  outplacete (verl.tijd )
Vervoegingen:  geoutplacet (volt.deelw.)

iemand na zijn ontslag begeleiden bij het vinden van een nieuwe baan
Voorbeeld:  `de directeur wil de 90 ontslagen werknemers outplacen`