outfaden

werkw.
Afbreekpatroon:  'out - fa - den
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  outfadede (verl.tijd )
Vervoegingen:  geoutfaded (volt.deelw.)

een beeld of geluid langzaam laten vervangen
Voorbeeld:  `de laatste tonen van de muziek outfaden`
Antoniem:  infaden