de optieker
zelfst.naamw. (m.)
| Uitspraak: | [ɔp'tikər] |
| Verbuigingen: | optiekers (meerv.) |
iemand die als beroep brillen en contactlenzen verkoopt | Voorbeeld: | `Ik ga nog even naar de optieker om contactlenzen te bestellen.` | |
| Synoniem: | opticien |
1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de optieker' of 'het optieker'?
Het is 'de optieker', want optieker is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die optieker'.
Wat is het meervoud van optieker?
Het meervoud van optieker is 'optiekers'. Eén optieker, twee optiekers.
Wat betekent optieker?
'iemand die als beroep brillen en contactlenzen verkoopt'
Hoe spel je optieker?
optieker spel je O P T I E K E R Op andere websites
Zoek optieker in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek optieker op
Google
Zoek optieker op
Woordenlijst.org
Zoek optieker in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek optieker op
Wikipedia