• wie met pek omgaat, wordt ermee besmet (=wie met slechte mensen omgaat neemt de gewoontes van die mensen over) • wie met honden omgaat, krijgt vlooien (=wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over) • wie in een boomgaard werkt mag er uit eten / van de druiven eten. (=voordeel halen uit je werk.) Naar de spreekwoorden