• zijn schip voert te grote zeilen (=te veel geld uit geven) • mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen) • maart roert zijn staart (=in maart kan het nog stormachtig weer zijn) • het is zusje en broertje (=het is zo ongeveer hetzelfde) • er een broertje aan dood hebben (=er een hekel aan hebben) Toon alle 7 spreekwoorden die oert bevatten