noordoostzij

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  noordoostzijden<br>noordoostzijdes

de zijde die in het noordoosten ligt.
Voorbeeld:  `Aan de noordoostzij van het bos bevindt zich een parkeerplaats.`


Bron: WikiWoordenboek.

Deze woorden beginnen met noordoostzij:
noordoostzijde