de neerslag

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['nerslɑx]

1) water dat uit de lucht op de aarde valt als water, sneeuw of hagel meteorologie
Voorbeelden:  `Grote hoeveelheden neerslag worden afgewisseld met perioden van grote droogte.`,
`Er is de hele maand nauwelijks enige neerslag van betekenis gevallen.`

2) wat voortkomt uit wat je hebt gedaan
Voorbeeld:  `Het rapport is de neerslag van gesprekken met alle direct betrokkenen.`

3) vaste stof die in een oplossing wordt gevormd en naar de bodem zakt scheikunde

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afzetting bezinksel bezinksels hagel hemelwater precipitatie regen sediment

15 definities op Encyclo
  1. Wolken bestaan uit waterduppeltjes, ijskristallen of een combinatie van water en ijs. Als de druppels of ijskristallen door de weersomstandigheden zo groot worden dat ze ...
  2. De verontreinigingen en waterdeeltjes in de atmosfeer, die zich in vast of vloeibare vorm naar de aardoppervlakte bewegen, dan wel zich daarop neerslaan of op voorwerpen ...
  3. Alle gegevens die voortvloeien uit een handeling of een activiteit. Alle archiefbescheiden die voortvloeien uit een handeling of een activiteit.
  4. water dat in vaste of vloeibare vorm uit de dampkring op aarde neer- slaat
  5. Buienradar KNMI:
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met neerslag:
neerslagmeter

Herkomst volgens etymologiebank.nl
neerslag

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `neerslag` kennen.