het naamwoordelijk gezegde

zelfst.naamw.
Afbreekpatroon:  ge - 'zeg - de

Het naamwoordelijk gezegde zegt iets over het onderwerp in de zin. Taal
Voorbeelden:  `Wanneer koppelwerkwoorden in een zin als persoonsvorm worden gebruikt, hebben we te maken met een naamwoordelijk gezegde.`,
`Bij 'de smaak van aarbeien is zoet', is 'is zoet' het naamwoordelijk gezegde.`


Herkomst volgens etymologiebank.nl
naamwoordelijk gezegde (spreekwoordelijke uitdrukking; predicaat)