het naamfeest
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | ['namfest] |
| Afbreekpatroon: | naam·feest |
| Verbuigingen: | naamfeesten (meerv.) |
dag van het jaar waarop de sterfdag van een heilige wordt gevierd als het verjaardagsfeest van ieder die naar de heilige is vernoemd 1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de naamfeest' of 'het naamfeest'?
Het is 'het naamfeest', want naamfeest is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat naamfeest'.
Wat is het meervoud van naamfeest?
Het meervoud van naamfeest is 'naamfeesten'. Eén naamfeest, twee naamfeesten.
Wat betekent naamfeest?
'dag van het jaar waarop de sterfdag van een heilige wordt gevierd als het verjaardagsfeest van ieder die naar de heilige is vernoemd'
Hoe spel je naamfeest?
naamfeest spel je N A A M F E E S T Op andere websites
Zoek naamfeest in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek naamfeest op
Google
Zoek naamfeest op
Woordenlijst.org
Zoek naamfeest in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek naamfeest op
Wikipedia