naïef

bijv.naamw.
Uitspraak:  [naˈif]

als je gemakkelijk iemand vertrouwt en iets gelooft
Voorbeeld:  `Hij is best slim, maar kinderlijk naïef als het om geldzaken gaat.`
Synoniem:  argeloos

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
argeloos goedgelovig onhandig onnozel

Intensiveringen

Helaas, geen resultaten gevonden.



8 definities op Encyclo
  1. argeloos, onnozel Jaar van herkomst: 1698 (WNT )
  2. onervaren, terwijl dat niet zo zou moeten zijn vb: het is nogal naïef van hem om die kinderen alles zelf te laten doen wie niets kwaads verwacht of bedoelt vb: zij is er...
  3. Let op: Spelling van 1858 naïf, Fr., natuurlijk, ongekunsteld, onbestudeerd, ongedwongen. Naïviteit, naïvité, Fr., natuurlijkheid, ongekunstelde, aardige uitdrukking
  4. Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 zie nijf.
  5. 1) Te goed van vertrouwen zijn
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
naïef (argeloos, onnozel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `naïef`.