muit als dialectwoord
• kooi (Wichels) • vogelkooi (Hams) • kooi (Sint-Niklaas) • vogelkooi binnen (Moes) • vogelkooi (Meers) Spreekwoorden en zegswijzen
• in de
muit zitten
(=niet uitgaan)Naar de spreekwoorden5 definities op Encyclo
- 1.vogelkooi Voorbeeld: ‘En verder in èen hele resem geblinde kooien en muiten zaten de vinken’ 2.zie ook: ruit
- [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] gevangenis
- 1) Vogelkooi 2) Kooi 3) Gevangenis 4) Vinkenkooi
- kleine verplaatsbare kooi die geheel of ten dele uit tralies bestaat en die dient om één of een klein aantal vogels in te houden en die meestal binnenshuis op een meubel of een standaard staat of aan de wand hangt; vogelkooi doel op een voetbalterrein; doel bij het voetballen
- vogelkooi (toon de herkomst via de etymologiebank)
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met muit:
•
muite•
muiteling•
muiten•
muiter•
muiterijHerkomst volgens etymologiebank.nl
muit (vogelkooi)Op andere websites
Zoek muit in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek muit op
Google
Zoek muit op
Woordenlijst.org
Zoek muit in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek muit op
Wikipedia