monogaam

bijv.naamw.
Uitspraak:  [mono'xam]

(van een relatie tussen twee levende wezens) als je niet meer dan één (seks)partner hebt
Voorbeelden:  `het monogame huwelijk`,
`Zebravinken onderhouden monogame relaties.`
Antoniem:  polygaam

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. Individu met één partner (i.t.t. polygaam)..
  2. 1) Een partner huwend 2) Met één partner samenlevend 3) Met één persoon samenlevend 4) Trouw
  3. [Geschiedenis] Oorspronkelijk betekent monogamie (letterlijk) het volgende: De voorwaarde waarbij iemand slechts eenmaal in een leven trouwt. De voorwaarde waarbij iemand...
  4. Iemand is monogaam wanneer hij of zij een relatie heeft met één persoon tegelijk. Monogaam wordt ook wel 'trouw' genoemd. Monogaam wordt gezien als trouw blijven aan é...
  5. enkelvoudig huwend (van mens) of samenlevend (van dier) Jaar van herkomst: 1912 (Aanv WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
monogaam (enkelvoudig huwend van mens of samenlevend van dier)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `monogaam`.