monoftong

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  monoftongen
Verbuigingen:  monoftongetje

de benaming voor één enkele klinker die de nucleus vormt van een lettergreep
Voorbeeld:  `Het overgaan van een monoftong in een diftong wordt diftongering genoemd.`


Bron: WikiWoordenboek.

6 definities op Encyclo
  • Een monoftong (van het Griekse μονόφθογγος, "monophthongos" = enkele noot) is in de fonetiek de benaming voor één enkele, "zuivere" klinker die de nucleus v...
  • taalkunde de benaming voor één enkele klinker die de nucleus vormt van een lettergreep.
  • 1) Eenklank 2) Enkele klinker
  • enkele klinker Jaar van herkomst: 1950 (GVD )
  • Twee letters die samen één klank produceren in het taalgebruik, zoals œ en Æ. Zie ook: Logotypen Diftong
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met monoftong:
    monoftongenmonoftongering

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    monoftong (diftong)