meewerkend

bijv.naamw.
Uitspraak:  ['mewɛrkənt]
Afbreekpatroon:  mee·wer·kend

meewerkend voorwerp  (zinsdeel waarop de door het werkwoord uitgevoerde handeling niet rechtstreeks betrekking heeft) `In "Hij geeft de hond een schop" is 'een schop' het lijdend en 'de hond' het meewerkend voorwerp.`


Taaladvies
Wat is de onderlinge volgorde van lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp in een zin? Zie Lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp, volgorde in een zin

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Hoe spel je meewerkend?
meewerkend spel je M E E W E R K E N D

Op andere websites
Zoek meewerkend in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek meewerkend op Google
Zoek meewerkend op Woordenlijst.org
Zoek meewerkend in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek meewerkend op Wikipedia