marineren

werkw.
Uitspraak:  [mari'nerə(n)]
Vervoegingen:  marineerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gemarineerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van iets dat je gaat opeten) in een gekruide vloeistof leggen om smakelijker te worden
Voorbeeld:  `het vlees een uurtje marineren en dan op heet vuur snel braden`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
toebereiden

13 definities op Encyclo
  1. Het in een mengsel van (zure) vloeistoffen en kruiden leggen van voedsel met als doel het bindweefsel zachter te maken en-of de smaak van het voedsel te verhogen
  2. vlees, wild of vis laten trekken in een marinade om het malser te doen worden en om er meer smaak en aroma aan te geven.
  3. Het leggen van een vis in een marinade.
  4. Het in een mengsel van (zure) vloeistoffen en kruiden leggen van voedsel met als doel het bindweefsel zachter te maken en-of de smaak van het voedsel te verhogen.
  5. Let op: Spelling van 1858 inzouten, inmaken, als: groenten, wilde zwijnskoppen, enz
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
marineren (in azijn of wijn kruiden)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `marineren` kennen.