mankeren aan

werkw.
Uitspraak:  [maŋ'kerə(n) an]
Vervoegingen:  mankeerde aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gemankeerd aan (volt.deelw.)

niet goed werken/functioneren
Voorbeeld:  `Er mankeert iets aan de motor; hij maakt een raar geluid.`
het mankeert er nog maar aan dat ...  (<dit zeg je als je heel ontevreden bent over iets>)

© Kernerman Dictionaries.