mangelen

werkw.
Uitspraak:  ['mɑŋələ(n)]
Vervoegingen:  mangelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gemangeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

hinderen of tegenwerken, in het bijzonder van verschillende kanten tegelijk
Voorbeelden:  `De directeur wordt gemangeld tussen de raad en het bestuur.`,
`De ambulante handel is gemangeld door de bureaucratie.`

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. ruilhandel drijven.
  2. •ontbreken, te kort schieten. •ruilen, aan ruilhandel doen. •door de mangel halen, met een mangel glad maken.
  3. 1) Afwezig zijn 2) Falen 3) Glad maken 4) Glad maken van linnen 5) Gladmaken 6) Ontbreken 7) Persen 8) Ruilen 9) Strijken 10) Verwisselen 11) Wringen
  4. wasgoed met een mangel kreukvrij maken
  5. door de mangel halen - Jaar van herkomst: 1599 (Kil. ) ontbreken - Jaar van herkomst: 1563 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op mangelen:
kesause mangelen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. mangelen (door de mangel halen)
  2. mangelen (ontbreken)
  3. mangelen (ruilen)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 78% van de Vlamingen het woord `mangelen`.