de mandoer

zelfst.naamw. (m.)

in het voormalige Nederlands-Indië een leider van een werkploeg of meesterknecht op een fabriek, of de opzichter en onderhouder van een publieke plaats, zoals een badinrichting of een park. Een mandoer was altijd een Indonesiër
Voorbeeld:  `De mandoer was in dienst van de planter.`


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Beroep 2) Controleur 3) Indisch opzichter 4) Indische opzichter of ploegbaas 5) Indische ploegbaas 6) Indonesische opzichter 7) Indonesische opzichter of ploegbaas 8) ...
  2. Een mandoer was in het voormalige Nederlands-Indië een leider van een werkploeg of meesterknecht op een fabriek, of de opzichter en onderhouder van een publieke plaats,...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
mandoer (opzichter)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 35% van de Nederlanders en 33% van de Vlamingen het woord `mandoer`.