I limoengroen

bijv.naamw.
Verbuigingen:  limoengroener
Verbuigingen:  limoengroenst

de kleur limoengroen hebbend
Voorbeeld:  `Hij rijdt in een limoengroene auto.`


II het limoengroen

zelfst.naamw.

de groene kleur van limoenen
Voorbeeld:  `Heeft u die ook in het limoengroen?`


Bron: WikiWoordenboek.