de levensboom

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  levensbomen
Verbuigingen:  levensboompje

1) naam voor coniferen uit het geslacht , oorspronkelijk groeiend in Oost-Azië en Noord-Amerika
Voorbeelden:  `Dr. Gachet zette op het graf van Van Gogh een levensboom neer waar Van Gogh zo van hield.`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`

2) deel van de kleine hersenen waarvan de vorm op een vertakte boomstam lijkt
Voorbeeld:  `De ongeschonden hersenschors onthult niet eens dat een doorsnede van de kleine hersenen, grillig vertakt, de zogenaamde levensboom vormt.`

3) ''(folklore)'' boom geplant bij de geboorte van een kind
Voorbeeld:  `Ook bij de huwelijksgebruiken speelt deze levensboom een rol.`

4) het bestaan als een ontwikkeling die iemand vanaf zijn geboorte doormaakt
Voorbeeld:  `Toch is onze levensboom geschud door de orkanen Gods.`


Bron: WikiWoordenboek.

9 definities op Encyclo
  1. Thuja, levensboom • larve: kop en anale plaat zwart; verpopping buiten de mijn: Argyresthia trifasciata • kop en anale plaat bruinzwart; verpopping in de mijn (a...
  2. (Genus Thuja) -Levensboom- Volledige wetenschappelijke naam: Thuja L.
  3. architectonische termen Een levensboom is een veelal van gietijzer vervaardigd ornament in de vorm van een takkenstelsel. Levensbomen werden vooral in de 19e eeuw toeg...
  4. 1) Boom 2) Conifeer 3) Naaldbomen 4) Plant 5) Thuja 6) Tuja 7) Vertakte figuur in de kleine hersenen 8) Zeer giftige plant
  5. Afbeelding van rijk met vruchten beladen boom. Staat voor onsterfelijkheid. Stond in het paradijs en Adam en Eva mochten ervan eten. Maar niet van de boom van Kennis van...
Toon uitgebreidere definities