I lentegroen

bijv.naamw.

de kleur lentegroen hebbend
Voorbeeld:  `Hij rijdt in een lentegroene auto.`


II het lentegroen

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  lentegroentje

de frisse groene kleur zoals die in de lente gezien kan worden
Voorbeeld:  `Heeft u die ook in het lentegroen?`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  • 1) Jonge bladeren aan de bomen 2) Kleur 3) Ontluikend gebladerte
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op lentegroen:
    midlentegroen