de leeftijd

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈleftɛit]
Verbuigingen:  leeftijd|en (meerv.)

periode dat iemand leeft of iets bestaat
Voorbeelden:  `op twintigjarige leeftijd gaan samenwonen`,
`op hoge leeftijd doodgaan`,
`een film voor alle leeftijden`
op leeftijd  (oud)

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
(overleden in / op de - van 99 jaar) Kun je zeggen dat iemand overleden is op de leeftijd van 99 jaar, of moet dat in de leeftijd van 99 jaar zijn? Zie Leeftijd

Intensiveringen
Hoe kun je leeftijd krachtiger uitdrukken?
gevorderde leeftijd; hoge leeftijd;

13 definities op Encyclo
  • Leeftijd (of ouderdom) is de duur van de periode vanaf het ontstaan. Bij personen wordt gerekend vanaf de geboorte, en meestal naar beneden afgerond op hele jaren. Zo be...
  • •de tijd dat iemand leeft of geleefd heeft, het totaal aantal levensjaren. •een bepaald tijdstip in iemands leven.
  • de tijd die je geleefd hebt vb: mijn leeftijd is 32 jaar hij is al op leeftijd [tamelijk oud] de middelbare leeftijd [tussen veertig en zestig jaar]
  • Afk.: LEEFTD Syn.: ouderdom Def.: de duur van de periode van bestaan
  • De gemiddelde leeftijd of levensverwachting verschilt per vogelsoort. Doorgaans worden zangvogels (onderorde Oscines) minder oud dan niet-zangvogels. Zangvogels worden ge...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met leeftijd:
    leeftijdenleeftijdgenootleeftijdsgrensleeftijdsgroepleeftijdsklasse

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    leeftijd