kortsluiten

werkw.
Uitspraak:  ['kɔrtslœytə(n)]
Afbreekpatroon:  kort·slui·ten
Vervoegingen:  sloot kort (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft kortgesloten (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

bespreken of overleggen met (andere betrokkenen)
Voorbeelden:  `Bij problemen onmiddellijk kortsluiten, dat is altijd het beste.`,
`We zullen dit even kortsluiten met de thuiszorg, dan kan uw moeder volgende week weer naar huis.`


4 definities op Encyclo
  • 1) Afstemmen op elkaar 2) Coördineren
  • advocatuur: communicatie tussen verschillende partijen waarbij een afspraak wordt vastgelegd of informatie wordt uitgew ...
  • asielrecht: als de rechter met de uitspraak op de voorlopige voorziening direct uitspraak doet in het beroep. ...
  • bestuursrecht: bevoegdheid van de rechter om naar aanleiding van de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening ...
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van kortsluiten?
De verleden tijd van kortsluiten is 'sloot kort'. Het voltooid deelwoord is 'heeft kortgesloten'.
Wat betekent kortsluiten?
'bespreken of overleggen met (andere betrokkenen)'
Hoe spel je kortsluiten?
kortsluiten spel je K O R T S L U I T E N

Op andere websites
Zoek kortsluiten in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek kortsluiten op Google
Zoek kortsluiten op Woordenlijst.org
Zoek kortsluiten in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek kortsluiten op Wikipedia