knipperen

werkw.
Uitspraak:  [ˈknɪpərə(n)]
Vervoegingen:  knipperde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geknipperd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van licht) snel aan en uit gaan
Voorbeeld:  `Het stoplicht knippert.`

2) (je ogen) steeds snel open en dicht doen
Voorbeeld:  `Ik zit met mijn ogen te knipperen tegen de zon.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
knippen

3 definities op Encyclo
  1. snel achter elkaar aan en uit gaan vb: de lamp knippert snel achter elkaar open en dicht doen vb: ze knippert met haar ogen
  2. 1) Flikkeren 2) Geregeld opflitsen 3) Knippen 4) Periodiek branden 5) Regelmatig oplichten
  3. Knipperen is een natuurlijke functie van het oog. Om het oog vochtig te houden en te beschermen tegen vuil, wordt het ooglid regelmatig kortdurend gesloten en weer geope...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knipperen (de ogen herhaaldelijk sluiten; herhaaldelijk aan- en uitgaan van een licht)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `knipperen` kennen.