de kiter

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  kiters
Verbuigingen:  kitertje

iemand die kitesurft, kitesurfer, kiteboarder
Voorbeelden:  `De echte kiters houden meer van stromachtig weer dan van een rustige zomerse dag.`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`


Bron: WikiWoordenboek.