de kiespijn

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['kispɛin]

pijn in je kaak
Voorbeeld:  `vergaan van de kiespijn`
iemand kunnen missen als kiespijn  (liever hebben dat iemand er niet is dan wel)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
pijn tandpijn

Spreekwoorden en zegswijzen
• lachen als een boer die kiespijn heeft (=lachen omdat anderen lachen, maar het zelf eigenlijk niet leuk vinden)
• kunnen missen als kiespijn (=veel liever niet hebben)
• hij lacht als een boer die kiespijn heeft. (=hij lacht, maar het is zichtbaar dat hij niet echt blij is.)
• een boer met kiespijn lacht niet. (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen.)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] mondpijn, tandpijn; [figuurlijk spreekwoord] ik kan het missen als -, heb er een grooten afkeer van.
  2. Spreekwoorden: (1914) Lachen als een boer, die kiespijn heeft, d.w.z. gedwongen lachen, hetzelfde als hy lacht als of hy tandt-pijn hadde (Sart. III, 5, 79); in Byenc. bl...
  3. Kiespijn is meestal het gevolg van cariës (gaatjes). Ook een teruggeweken tandvlees (blootliggende tandhalzen) kan pijn veroorzaken. Daarnaast kan kiespijn het gevolg zi...
  4. •pijn in één of meerdere kiezen.
  5. Onder kiespijn wordt verstaan pijn in of om een tand of kies.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kiespijn

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kiespijn`.