de kiem

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [kim]
Verbuigingen:  kiem|en (meerv.)

begin van iets dat zich ontwikkelt
Voorbeelden:  `tarwekiem`,
`De kiem van een diepe crisis is aanwezig.`
Synoniem:  oorsprong
in de kiem smoren  (onmiddellijk bij het begin stoppen) `Artsen proberen de vetzucht in de kiem te smoren.`
in de kiem aanwezig zijn  (er zijn, maar nog niet duidelijk merkbaar) `Haar talent is in de kiem aanwezig, maar moet zich nog ontwikkelen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
haard oorsprong zaad

Spreekwoorden en zegswijzen
• in de kiem smoren (=al van bij het begin doen stoppen)
Naar de spreekwoorden

12 definities op Encyclo
  1. 1. Jong plantje binnen een zaad 2. Ontwikkelingstadium van een dier binnen een ei of in de baarmoeder
  2. Aanleg voor een nieuwe plant, ingesloten in het rijpe zaad.
  3. micro-organisme (bijvoorbeeld een bacterie of virus)
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), zaad, eerste uitspruitsel; [figuurlijk] de - van het kwaad, van het goede. ~EN, ow. [gelijkvloeiend] (ik kiemde, heb gekiemd)...
  5. zie : embryo
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kiem:
kiembolkiemcelkiemdekiemdenkiemenkiemgetalkiemplantkiemt

Deze woorden eindigen op kiem:
ontkiemziektekiem

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. kiem (plantbeginsel in rijp zaad)
  2. kiem = kaam (schimmel)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kiem`.