de kiel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [kil]
Verbuigingen:  kiel|en (meerv.)

1) dikke plank onder een boot om hem stabiel te houden
Voorbeeld:  `Door de kiel kan ik niet in ondiep water varen.`

2) wijd overhemd van stevige stof
Voorbeeld:  `boerenkiel`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
boezeroen hes pen penneschacht

25 definities op Encyclo
  • De drie sterrenbeelden Kiel, Achtersteven en Zeilen zijn delen van een sterrenbeeld dat vroeger Schip Argo heette. Geen van deze sterrenbeelden is vanuit Nederland te zie...
  • VOC - Scheepsbouw : kielbalk samen met de stevenbalken; de ruggegraat van het schip en tezamen met de spanten, dekbalken, balkstutten en de binnenkiel het geraamte van de...
  • Kiel is een Hawaiiaanse jongensnaam. Het betekent `tuinia, kwetsbaar bloesem`. Extra info: Kiel, Kiele
  • Uit `De lagere vaktalen: Taal der Loodgieters, zinkbewerkers en gasfitters` 1914 plaats van samenkomst van twee daken of deelen van daken.
  • een smalle richel; ook carina genoemd.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met kiel:
    kielenkielhaalkielhaaldekielhaaldenkielhaaltkielhalenkielvlakkielzog

    Deze woorden eindigen op kiel:
    boerenkiel

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. kiel (boezeroen)
    2. kiel (keg, geer)
    3. kiel (kielbalk)