de kiel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [kil]
Verbuigingen:  kiel|en (meerv.)

1) dikke plank onder een boot om hem stabiel te houden
Voorbeeld:  `Door de kiel kan ik niet in ondiep water varen.`

2) wijd overhemd van stevige stof
Voorbeeld:  `boerenkiel`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
boezeroen hes pen penneschacht

25 definities op Encyclo
  1. De drie sterrenbeelden Kiel, Achtersteven en Zeilen zijn delen van een sterrenbeeld dat vroeger Schip Argo heette. Geen van deze sterrenbeelden is vanuit Nederland te zie...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), morsjurk (bij kinderen); loshangend kort overkleed (voor werklieden, boeren enz.). ~TJE, (B. -N), o. (-s), los kleedingstuk v...
  3. VOC - Scheepsbouw : kielbalk samen met de stevenbalken; de ruggegraat van het schip en tezamen met de spanten, dekbalken, balkstutten en de binnenkiel het geraamte van de...
  4. Kiel is een Hawaiiaanse jongensnaam. Het betekent `tuinia, kwetsbaar bloesem`. Extra info: Kiel, Kiele
  5. Uit `De lagere vaktalen: Taal der Loodgieters, zinkbewerkers en gasfitters` 1914 plaats van samenkomst van twee daken of deelen van daken.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kiel:
kielenkielhaalkielhaaldekielhaaldenkielhaaltkielhalenkielvlakkielzog

Deze woorden eindigen op kiel:
boerenkiel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. kiel (boezeroen)
  2. kiel (keg, geer)
  3. kiel (kielbalk)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `kiel`.