kauwen

werkw.
Uitspraak:  [ˈkɑuwə(n)]
Vervoegingen:  kauwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekauwd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(voedsel) met je tanden en kiezen klein en fijn maken
Voorbeelden:  `Je moet goed je eten kauwen voordat je het doorslikt.`,
`De hond kauwt graag op een bot.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bijten

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
• die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord.)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. •(m.b.t. voedsel) fijnmaken met de tanden (+audio)
  2. [Nederlands] Voedsel met je tanden fijn maken
  3. voedsel met je tanden fijn maken vb: je moet je eten goed kauwen erop bijten zonder het door te slikken vb: hij zat op zijn potlood te kauwen
  4. 1) Bijten 2) Eten 3) Fijnmalen met de tanden 4) Iets fijn bijten 5) Kweernen 6) Malen 7) Met de tanden vermalen 8) Met het gebit tot brij vermalen 9) Met tanden en kiezen...
  5. Kauwen is een beweging van de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak, tot stand gebracht door de kauwspieren en dienend om voedsel met de tanden te grijpen en tussen de ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op kauwen:
herkauwenvoorkauwenzoetekauwen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kauwen (met de tanden vermalen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `kauwen`.