de kalender

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [kaˈlɛndər]
Verbuigingen:  kalender|s (meerv.)

lijst met de maanden, weken en dagen van een jaar
Voorbeelden:  `op de kalender kijken welke datum het is`,
`verjaarskalender`
maandkalender  (kalender met een blad voor iedere maand)

© Kernerman Dictionaries.

Taaladvies
  1. Is calendar een algemeen geaccepteerd anglicisme voor kalender (`agenda met afsprakenofonderwerpen`)? Zie calendar / kalender (`agenda met afsprakenofonderwerpen`)
  2. Schrijf je juliaanse kalender (`tijdrekening die in 1582 werd vervangen door de gregoriaanse tijdrekening`) met een hoofdletter, of met een kleine letter? Zie juliaanse kalender / Juliaanse kalender


8 definities op Encyclo
  • tijdoverzicht Jaar van herkomst: 1573 (Plantijn )
  • Een kalender is een tijdrekenkundig stelsel dat bij een volk in gebruik is. Het is de benaming van een tabel waarop de ver deling van het jaar in dagen, weken en maanden ...
  • Tijdrekening. Sinds 1701 volgde Drenthe de Gregoriaanse tijdrekening, een door paus Gregorius XIII in 1582 doorgevoerde kalenderhervorming. De overgang van de voordien g...
  • Let op: Spelling van 1858 almanak, volglijst der dagen
  • lijst waarop je de dagen, weken en maanden van het jaar kunt zien vb: ik zag op de kalender dat het al februari was
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met kalender:
    kalenderdagkalenderjaarkalenderjarenkalendermaandkalenders

    Deze woorden eindigen op kalender:
    adventskalenderMayakalenderscheurkalenderverjaardagskalenderverjaarskalender

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. kalender (bedelderwisj uit 1001 nacht)
    2. kalender (tijdoverzicht)