judoën

werkw.
Verbuigingen:  judode
Verbuigingen:  gejudood

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving
Voorbeeld:  `Zin met het judoën in de tweede betekenis erin.`

3) de judosport beoefenen
Voorbeeld:  `In 1964 werd er voor het eerst op de Olympische Spelen gejudood.`


Bron: WikiWoordenboek.

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 75% van de Vlamingen het woord `judoën`.