het jawoord

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['jawort]
Verbuigingen:  jawoord|en (meerv.)

het antwoord 'ja' op de vraag of je met iemand wilt trouwen
Voorbeeld:  `Tijdens de huwelijksplechtigheid gaven ze elkaar het jawoord.`

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. toestemming (tot een huwelijk enz.).
  2. •het bevestigende antwoord op een huwelijksaanzoek.
  3. 1) Deel van een huwelijksdag 2) Huwelijksbelofte 3) Toestemming om te trouwen 4) Trouwbelofte 5) Toestemming voor huwelijk
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met jawoord:
jawoorden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
jawoord

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `jawoord`.