het inwonertal
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | ['ɪnwonərtɑl] |
| Afbreekpatroon: | in·wo·ner·tal |
| Verbuigingen: | inwonertallen (meerv.) |
hoeveelheid inwoners | Voorbeeld: | `overzicht van het inwonertal per gemeente` | |
| Synoniem: | inwoneraantal |
1 definitie op Encyclo
- 1) Aantal inwoners 2) Aantal ingezetenen 3) Grootte van de gemeente 4) Grootte van een gemeente 5) Demografische gegevens
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de inwonertal' of 'het inwonertal'?
Het is 'het inwonertal', want inwonertal is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat inwonertal'.
Wat is het meervoud van inwonertal?
Het meervoud van inwonertal is 'inwonertallen'. Eén inwonertal, twee inwonertallen.
Wat betekent inwonertal?
'hoeveelheid inwoners'
Hoe spel je inwonertal?
inwonertal spel je I N W O N E R T A L Op andere websites
Zoek inwonertal in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek inwonertal op
Google
Zoek inwonertal op
Woordenlijst.org
Zoek inwonertal in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek inwonertal op
Wikipedia