insteek

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  insteken
Verbuigingen:  insteekje

1) de handeling van het insteken
Voorbeeld:  `De insteek van de naald is wat lastig als de huid verdikt is.`

2) inbreng, benadering, wat men wil bereiken, wat men te berde brengt
Voorbeeld:  `De insteek is nadrukkelijk meer ruimte te scheppen voor de eigen visies en missies van zuidelijke partners bij hun eigen capaciteitsopbouw.`

3) voorraad linnengoed die een instelling in huis heeft

4) voor een deel ingestoken tussenverdieping in een eenlaags huis met zeer hoge begane grond.
Voorbeeld:  `.. is een 14de-eeuws huis met in wezen nog de oorspronkelijke insteek.`


Bron: WikiWoordenboek.

3 definities op Encyclo
  1. minimale hoeveelheid voorraad linnengoed in een instelling
  2. Def.: de snijlijn van het schuine oevertalud (oeverhelling) met het horizontaal gelegen maaiveld.
  3. 1) Benaderingswijze 2) Bijdrage 3) Deel van een huis 4) Entresol 5) Hangkamer 6) Invalshoek 7) Kielspit 8) Kleermakersterm 9) Modieuze stoot 10) Tussenvertrek
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
insteek

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `insteek`.