inspreken

werkw.
Uitspraak:  ɪnsprekə(n)]
Vervoegingen:  sprak in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingesproken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

iets zeggen tegen een apparaat dat je woorden opneemt
Voorbeelden:  `het antwoordapparaat van je telefoon inspreken om te laten weten dat je er niet bent`,
`na de piep een boodschap inspreken om je afwezige vriend te laten weten waarvoor je belt`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
opnemen

Taaladvies
Inspreken in / op het antwoordapparaat: Is het juiste voorzetsel in of op in Na acht uur kunt u uw boodschap inspreken in/op het antwoordapparaat?

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Een tekst zeggen en opnemen 2) Inspraak leveren 3) Nasynchroniseren 4) Opnemen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `inspreken`.