inspelen op

werkw.
Uitspraak:  ɪnspelə(n) ɔp]
Vervoegingen:  speelde in op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingespeeld op (volt.deelw.)

actief reageren op (iets)
Voorbeeld:  `Een winkelier moet inspelen op de behoefte van zijn klanten.`

© Kernerman Dictionaries.

Deze woorden eindigen op inspelen op:
zinspelen op