inmetselen

werkw.
Uitspraak:  ['ɪnmɛtsələ(n)]
Vervoegingen:  metselde in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingemetseld (volt.deelw.)

door te metselen vastmaken (in een muur of ruimte)
Voorbeelden:  `een gedenksteen inmetselen`,
`de kluizenaar liet zich inmetselen in de kerkmuur`

© Kernerman Dictionaries.