inlief

bijv.naamw.

heel dierbaar, om erg van het houden
Voorbeelden:  `Zoet, overzoet meisje; Lief, inlief lammetje; 't Is koop, 't is koop! Kom, kus mij!`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Zeer aanminnig
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op inlief:
in- en inlief