indruisen tegen

werkw.
Uitspraak:  ['ɪndrœysə(n) texə(n)]
Vervoegingen:  druiste in tegen (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is ingedruist tegen (volt.deelw.)

niet in overeenstemming zijn met, niet kloppen met
Voorbeelden:  `Zo'n gedrag druist in tegen al mijn principes!`,
`De maatregel druist in tegen Europese regels.`,
`Onze recente activiteiten druisen eigenlijk in tegen onze doelstellingen.`

© Kernerman Dictionaries.