improviseren

werkw.
Uitspraak:  [ɪmproviˈzerə(n)]
Vervoegingen:  improviseerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïmproviseerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) met weinig middelen (een probleem) oplossen
Voorbeeld:  `Er kwamen zo veel mensen dat ze moesten improviseren om iedereen te helpen.`

2) terwijl je een muziekinstrument bespeelt bedenken hoe je verder speelt muziek
Voorbeeld:  `Jazzmuzikanten improviseren vaak in een solo.`

© Kernerman Dictionaries.

7 definities op Encyclo
  1. ter plekke bedenken vb: de toneelspelers improviseerden een toneelstukje
  2. Zie improvisatie.
  3. zonder vooraf gaande aanwijzingen iets creëren, bijvoorbeeld muziek, dans, theater of film.
  4. 1) Extemporeren 2) Onvoorbereid dichten 3) Onvoorbereid musiceren 4) Onvoorbereid spreken 5) Onvoorbereid voordragen 6) Voor de vuist weg spreken
  5. [Nederlands] uitvoeren zonder voorbereiding
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met improviseren:
improviserenderwijs

Herkomst volgens etymologiebank.nl
improviseren (onvoorbereid bedenken en uitvoeren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `improviseren`.