immigreren

werkw.
Uitspraak:  [ɪmi'xrerə(n)]
Vervoegingen:  immigreerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is geïmmigreerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van een buitenlander) in je land komen wonen
Voorbeeld:  `Er zijn wettelijke regels om in ons land te kunnen immigreren.`
Antoniem:  emigreren

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. je uit een ander land hier komen vestigen vb: zij zijn geïmmigreerd in Nederland Tegenstelling: emigreren
  2. 1) Intrekken 2) Zich uit het buitenland ergens vestigen 3) Zich vanuit het buitenland zich hier vestigen
  3. (Gezegd van personen en vervolgens soms ook van diersoorten en plantsoorten) zich ergens komen vestigen uit een ander land of een andere streek
  4. [vreemdelingenrecht] komst van mensen uit een ander land naar Nederland, met de bedoeling om zich hier te vestigen. (bron: Min. Jus.) Zie ook migratie…
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
immigreren (zich vestigen vanuit een ander land)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `immigreren`.