de huurder

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhyrdər]
Verbuigingen:  huurder|s (meerv.)

de huur|ster

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈhyr|stər]
Verbuigingen:  huurster|s (meerv.)

iemand die iets huurt
Voorbeelden:  `huurdersvereniging`,
`de huurder van een huurauto`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. 1) Bewoner 2) Huurling 3) Iemand die iets pacht 4) Iemand die tegen betaling iets leent 5) Kamerbewoner 6) Pachter
  2. Fr: le locataire huurrecht - persoon aan wie de verhuurder tegen betaling en voor bepaalde tijd huurgenot van een zaak verschaft Zie ook…
  3. Eng: tenant huurrecht - persoon aan wie een verhuurder tegen betaling en voor bepaalde of onbepaalde tijd huurgenot van een zaak verschaft Art 1627 Boe…
  4. iemand die iets huurt vb: de huurder heeft de huur niet op tijd betaald
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op huurder:
poolpalletverhuurderautoverhuurderverhuurder

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `huurder` kennen.