de heup

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [høp]
Verbuigingen:  heup|en (meerv.)

lichaamsdeel waar je been aan je bovenlichaam zit
Voorbeeld:  `allebei je heupen breken bij een ongeluk`
het op je heupen krijgen  (opgewonden beginnen iets te doen)

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• uit de heup schieten (=een discussie ingaan met een ongenuanceerde argumentatie)
• hij heeft het op zijn heupen (=hij gaat zich vreemd gedragen.)
• het op de heupen hebben (=slecht gehumeurd raken/zijn / op geestdriftige wijze iets doen / zenuwachtig, verstoord zijn)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. waar je bovenbeen aan je romp vastzit vb: zij draagt het kind op haar heup hij heeft het weer op zijn heupen [hij is weer fanatiek en vervelend bezig]
  2. • [anatomie] deel van beide zijkanten van het menselijk lichaam ter hoogte van het heupgewricht. • [anatomie] het heupgewricht.
  3. de overgang tussen been en romp. synoniem: coxa
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), holte waarin de bovendij rust; de - ontwrichten, uit haar verband rukken. ~BEEN, o. (-deren), [in de ontleedkunde] ). ~BREUK,...
  5. 1) Bot 2) Deel van de romp 3) Deel van een been 4) Deel van een lichaam 5) Deel van een romp 6) Deel van het been 7) Deel van het lichaam 8) Deel van het lichaam waarmee ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met heup:
heupenheupflesheupworp

Deze woorden eindigen op heup:
kunstheuplinkerheuprechterheup

Herkomst volgens etymologiebank.nl
heup (gewricht tussen romp en been)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `heup`.