de (m)/het heen-en-weer

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [henɛn'wer]

boot die telkens heen en weer vaart om reizigers en voertuigen over een water te zetten
Voorbeeld:  `We fietsten door rivierenland en namen een paar keer de heen-en-weer.`
Synoniemen:  veer, pont
het heen-en-weer krijgen (van iets)  (zenuwachtig worden (door iets))
Krijg het heen-en-weer!/Je kunt het heen-en-weer krijgen. offensief   (<verwensing waarmee je iemand laat weten dat je geïrriteerd bent en dat je je niets meer van die persoon aantrekt >)

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. •trein- of bootkaartje voor een reis in beide richtingen.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
heen-en-weer