• veel honden zijn der hazen dood (=voor de overmacht moet men wel bezwijken) • met onwillige honden is het slecht hazen vangen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen) • kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen) • het hazenpad (ver)kiezen (=er vandoor gaan of vluchten) • hazenvlees gegeten hebben (=een bangerik zijn) Toon alle 6 spreekwoorden die haz bevatten