de haverklap

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhavərklɑp]

om de haverklap  (telkens weer) `Zij heeft om de haverklap blaasontsteking.` Synoniem: heel vaak

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• om de haverklap (=op alle mogelijke momenten, steeds weer opnieuw)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met haverklap een ander begrip versterken?
om de haverklap;

3 definities op Encyclo
  1. Spreekwoorden: (1914) Om een haverklap, d.w.z. om eene nietigheid, eene beuzeling, en vervolgens: ieder ogenblik, telkens, klak veur keer (Teirl. II, 136), ieder klipklap...
  2. 1) Beuzeling 2) Ieder ogenblik 3) Kleinigheid 4) Klipklap 5) Nietigheidje
  3. Om de haverklap. Bij de minste of geringste aanleiding; elk ogenblik. Haverklap is óf 'afval van haver' óf 'handjevol stro': in beide gevallen iets kleins'...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
haverklap in de uitdrukking om de haverklap